Clubnieuws
Re: Clubnieuws
Die is al een tijdje weg hoor
“Neen, Lierse kan niet op tegen de dollars of euro’s die God weet waar hun origine kennen, maar gebruikt andere wapens. Wie niet sterk is, moet slim zijn. No-nonsense, Vlaams, koppig, warm. Daar staan ze voor op het Lisp.”
Re: Clubnieuws
Niet teveel aandacht geven aan natrappende medewerkers. Zegt vaak meer over zichzelf dan over de club ...
- Justhomuch
- Posts: 3334
- Joined: Sun Mar 31, 2019 2:45 pm
Re: Clubnieuws
Vader Jean en zoon Jonathan Kindermans geven hun eerste dubbelinterview ooit: “Ex-spelers die zeggen dat er niets mooiers is dan zelf op het veld staan, daar zijn wij totáál niet mee akkoord”
Diederik Geypen
Jean Kindermans (60) is één jaar CEO Jeugd bij Antwerp. Zijn jongste telg Jonathan (30) viert deze maand zijn eerste verjaardag als sportief directeur bij Lierse. Een uitstekende gelegenheid voor hun eerste dubbelinterview ooit. “Volg je je vader op als dokter of advocaat, dan word je bejubeld. Ben je de zoon van iemand in het voetbal, dan ben je een privilégié.”
De Kindermansen draaien haast gelijktijdig de parking van de Bosuilsite op. Voor Jonathan is het niet de eerste kennismaking met het werkterrein van zijn vader.
Jonathan: “Papa leidde mij hier al eens rond, al ging dat toen ontzettend snel.”
Wie zijn ogen sluit, kan bijna niet raden wie nu precies het woord neemt. Jean en Jonathan spreken met exact hetzelfde accent.”
Jean reageert verrast: “Serieus?”
Jonathan: “Ja, er zijn veel mensen die mij dat al vertelden.”
Jean: “Dan ga je een grote worden.”
(Hilariteit bij beiden)
Voor het eerst geven ze samen een interview.
Jonathan: “Toen ik bij Anderlecht in de jeugd speelde, is zo’n dubbelinterview vaak aangevraagd, maar nooit aanvaard.”
Jean: “Dat paste toen niet. De directeur van de jeugd kan moeilijk over zijn eigen zoon spreken. En omgekeerd evenmin. Het voetbal – en ik zit er nu toch al twintig jaar in – is een vuil wereldje, hè. Ik zeg altijd: volg je je vader of moeder op als advocaat of dokter, dan word je bejubeld. Ben je de zoon van iemand die iets binnen het voetbal realiseert, dan ben je een privilégié.” (grijnst)
Jonathan: “In mijn eerste twee tot drie jaar heb ik weinig gespeeld bij Anderlecht.”
Jean: “Omdat je laat matuur was.”
Jonathan: “En effectief: eens ik minuten begon te maken, was het: ‘hij speelt omdat hij de zoon van is…’”
Jean: “Terwijl jullie ‘als kinderen van’ (Jonathan heeft ook nog een drie jaar oudere broer Yannick, red.) verplícht waren om de top te halen. Alles eronder was voortrekkerij.”
Als opleidingshoofd moest je ook jouw eigen zonen evalueren.
Jean: “Ja, tuurlijk. En ik ben niet te benauwd om toe te geven dat ik hen harder heb beoordeeld dan zou moeten. Met de recul zeg ik: ik had zo streng niet mogen zijn.”
Jonathan: “Op sommige momenten was het wel hard, ja.”
Jean: “Nog harder bij Yannick, want jou heb ik nooit getraind. Van die aanpak heb ik nu spijt. Ik legde – bij kinderen van 10 tot 11 jaar – de lat veel te hoog. Dat was een leerproces voor mij. Jeugdcoaches van nu moet ik dikwijls afremmen, omdat ze te snel vorderingen verwachten van kinderen.”
Hoe groot was het verschil tussen de papa thuis en die op het voetbalveld?
(Jean grinnikt)
Jonathan: “Enorm. (lacht) Hij heeft altijd een héél serieuze uitstraling. Er waren ploegmaats die mij vroegen: ‘lacht uw papa soms?’ Telkens hij naar onze match kwam kijken, was het een en al stress bij mijn ploeggenoten. Hij zette zich altijd apart – op zijn bergske – om met een analyserende blik te kijken wat er gebeurde. Ik vond dat best grappig, want ik kende papa natuurlijk ook van thuis, waar we net heel veel lachten.”
Maar ook jij passeerde dus af en toe op zijn bureau.
Jonathan: “Bijna dagelijks, omdat ik moest wachten tot hij gedaan had met werken. (lacht) Bij sommige van zijn gesprekken mocht ik blijven. Bij andere werd ik naar buiten gestuurd. En wat mijn persoonlijke evaluatie betreft: die kreeg ik na iedere wedstrijd. Een héél klein stukje was goed.”
Jonathan: “Bijna dagelijks, omdat ik moest wachten tot hij gedaan had met werken. (lacht) Bij sommige van zijn gesprekken mocht ik blijven. Bij andere werd ik naar buiten gestuurd. En wat mijn persoonlijke evaluatie betreft: die kreeg ik na iedere wedstrijd. Een héél klein stukje was goed.”
(Jean schiet in de lach)
Jonathan: “En zo’n boek – spreidt de armen – met wat beter kon. Pff, ik heb daar nog epistels van in mijn mailbox zitten.”
Jean: “Ik ook, hoor. Op een bepaald moment speelde hij in Nederland (bij Telstar en RKC Waalwijk, red.). Dan ging ik vrijdagavond kijken, maar omdat ik zaterdagochtend alweer op Anderlecht moest zijn, stelde ik vóór ik in de auto stapte een mail op met mijn bevindingen. Af en toe stuur ik nota’s van tien jaar geleden door en stel ik vast: de tijd vliegt.”
Zeg dat wel. Ondertussen zitten jullie hier als CEO Jeugd van Antwerp en manager sport van Lierse.
Jean: “Wat hij doet, heb ik nooit willen doen.”
Jonathan: “En omgekeerd.”
Jean: “Ik wilde met de jeugd werken. Ik was eerst trainer bij de U17 van Anderlecht en hield het aanbod om directeur te worden tegen. Pas later ben ik hierin gerold.”
De vraag om sportief directeur van een club te worden, moet in die twintig jaar toch eens gesteld geweest zijn?
Jean: “Neen, in Anderlecht wisten ze waar mijn ambities lagen. Ik heb heel lang met Herman Van Holsbeeck samengewerkt, die ik nog heb gekend als adjunct-trainer toen ik voor Racing Jet speelde. Herman wist dat ik een rol als de zijne niet ambieerde. En als mensen zich veilig voelen, is het prettig werken. Heel anders dan hoofdtrainers, die vaak schrik krijgen van hun eigen schaduw. Op Neerpede was hun bureau naast de mijne. In het seizoensbegin glipten ze wel drie keer per dag binnen, maar eens de resultaten tegenvielen, zag ik ze wegkwijnen. Ik heb ooit eens tegen Besnik (Hasi, red.) gezegd: ‘Als er iemand is waar je geen schrik van moet hebben, ben ik het.’”
Waarom zou jij niet kunnen wat je vader doet, Jonathan?
Jonathan: “Toen ik op mijn 24ste stopte met voetballen, vroeg ik mij af: wat ga ik doen met mijn leven? Ik ben gaan werken als verkoper bij een printbedrijf. Vervolgens verkocht ik boekhoudpakketten voor Exact. Dat was niet mijn ding, net als training geven. Papa zei altijd: ‘Het moet een passie zijn’, maar toen ik eens training ging geven op de academie van mijn broer – Total Foot Concept (TFC) – merkte ik dat mijn interesses elders lagen.”
“Bij de scouting bijvoorbeeld. Via Roy Pieters en Chris Van Puyvelde (TD bij de Marokkaanse voetbalbond, red.) mocht ik alle spelers met de dubbele Belgische/Marokkaanse nationaliteit in kaart brengen. Zo ben ik uiteindelijk doorgegroeid naar de eerste ploeg van Lierse. Een ploeg bouwen, talenten ontdekken, uitzoeken welke profielen in onze competitie passen, etc. Daar haal ik voldoening uit.”
Vissen jullie in dezelfde vijver van spelers?
Jean: “Niet als je over de A-ploeg spreekt. Misschien wel wat de Young Reds (de beloften van Antwerp, red.) betreft, omdat we met die ploeg net onder Lierse zitten en graag – in de nabije toekomst – nog een stapje naar boven willen zetten. Maar ’t is niet dat we voor mekaar dingen moeten verbergen.” (lacht)
Jonathan: “In het weekend spreken we vaak over spelers die we aan het werk zagen in de amateurreeksen. Ik weet nog dat Alexandre Stanic vorige zomer zowel op mijn radar stond als op die van hem. Toen heb ik meteen tegen de makelaar van Stanic gezegd: ‘Tegen Antwerp ga ik niet concurreren.’ Papa mocht ‘m hebben, maar hij is alweer weg (naar Charleroi, red.).” (lacht)
Voor het eerst sinds de doorstart in 2018 verkocht Lierse enkele spelers – zoals Sow, Mpanzu en Kireev – met een stevige meerwaarde. Da’s voor een groot stuk Jonathans verdienste.
Jean: “Daar doe ik mijn hoed voor af. Dit zorgt ervoor dat Lierse budgettaire stappen kan zetten. Het enige ambetante is – hij kan dat niet zeggen, maar ik wel – is dat die jongens iedere week op een akker spelen, net als de Young Reds. Da’s als een soldaat naar het front sturen, maar zonder hem een geweer mee te geven. Het veld van het Lisp is dramatisch.”
Op je dertigste de sportieve touwtjes van een Belgische profclub in handen hebben, is weinigen gegeven.
Jonathan: “Het feit dat ik zo vroeg gestopt ben met voetballen, speelt daarin mee. En de kans die ik bij Lierse kreeg, zou ik elders niet gekregen hebben. Toen Dirk Gyselinckx stopte, droeg hij mij naar voren als zijn opvolger. Ik wilde die uitdaging aangaan, op voorwaarde dat er een andere visie zou worden uitgestippeld.”
Welke?
Jonathan: “Voorheen koos Lierse vaak voor spelers met ervaring in eerste klasse, maar die al enkele jaren niet meer hadden gespeeld. Dat moesten we omdraaien, naar spelers scouten op een lager niveau. Ik vind ook dat eersteklassers te weinig naar 1B kijken. Bertaccini die van FC Luik naar STVV ging, of Vanrafelghem van Patro Eisden naar KV Mechelen, zijn mooie voorbeelden, maar vele anderen worden over het hoofd gezien. Thierno Barry – ex-Beveren – die afgelopen zomer voor 14 miljoen euro van Basel naar Villarreal trok, had áltijd bij een eersteklasser moeten zitten. Hetzelfde geldt voor onze spelmaker Kireev. Er is niemand in België die over hem sprak, dus ruilt hij Lierse binnenkort voor Willem II in Nederland.”
Zullen jullie ooit nog samenwerken?
Jean: “Als ‘Jon’ naar een topclub wil komen, dan wel. (lacht) In de voetbalwereld kan je niets uitsluiten, maar ik zie vandaag niet in hoe. Antwerp wordt sowieso mijn laatste club. Ik heb hier een contract tot 2029. Dan ben ik 65 jaar, en als onze ex-burgemeester (Bart De Wever, red.) niet te veel wijzigt aan het pensioenstelsel… Ook na mijn pensioen wil ik mij – puur uit liefde – ten dienste blijven stellen van het jeugdvoetbal, puur uit liefde. Dan kan dat hier zijn, of elders.”
“In zijn metier werk je vandaag in België en morgen evengoed in het buitenland. Laat hem maar zijn gang gaan. Hij wordt papa binnenkort. Ik zal me wel over mijn kleindochter ontfermen.” (lacht)
Wie was eigenlijk de beste voetballer ten huize Kindermans?
Jean: “Mocht je een compilatie samenstellen van de doelpunten die ‘Jon’ in Nederland maakte, dan zeg ik: puree, hij is veel te vroeg gestopt.”
Jonathan: “Ik speelde bijna twee seizoenen met cortisonespuiten. Mijn kraakbeen in mijn enkels was helemaal kapot. Bovendien heb ik altijd van het spelletje genoten, tót ik prof werd. Vanaf dan vond ik het niet meer leuk.”
Jean: “Ik kan begrijpen wat hij zegt. Die vestiaire zit helemaal anders in elkaar. Werken met profs is een beetje ondankbaar.”
Jonathan: “Ik hoor veel ex-spelers in interviews en podcasts zeggen: ‘Er is niets mooiers dan zelf op het veld staan.’ Ik deel die mening totáál niet.”
Jean: “Ik ook niet. Ik ben mijn carrière gestopt omdat ik blessures had waar ik niet van genas. Zeven keer ging ik onder het mes. Op een bepaald moment zeg je: het is genoeg geweest.”
En dan nu een antwoord op de vraag…
Jonathan: “Mijn ‘mindere’ voet was beter dan de jouwe.”
Jean: “Juist, omdat in mijn periode niet op billateraliteit werd getraind. (Counterend) Ik heb ooit een punt gekregen in de Gouden Schoen. Hij niet.”
Jonathan: (Bevestigend) “Hij heeft ook in eerste klasse gespeeld. Ik niet.”
Jean: “Ik bracht Lierse óp het veld naar eerste in 1989. Jon gaat dat náást het veld realiseren. En laat ons dan afsluiten met te zeggen dat we dicht tegen elkaar aanleunden, maar dat ik de beste was.”
Jonathan: “Ik wíst dat hij dit zou zeggen. Het heeft nog lang geduurd.” (lacht)
Diederik Geypen Gazet Van Antwerpen
Diederik Geypen
Jean Kindermans (60) is één jaar CEO Jeugd bij Antwerp. Zijn jongste telg Jonathan (30) viert deze maand zijn eerste verjaardag als sportief directeur bij Lierse. Een uitstekende gelegenheid voor hun eerste dubbelinterview ooit. “Volg je je vader op als dokter of advocaat, dan word je bejubeld. Ben je de zoon van iemand in het voetbal, dan ben je een privilégié.”
De Kindermansen draaien haast gelijktijdig de parking van de Bosuilsite op. Voor Jonathan is het niet de eerste kennismaking met het werkterrein van zijn vader.
Jonathan: “Papa leidde mij hier al eens rond, al ging dat toen ontzettend snel.”
Wie zijn ogen sluit, kan bijna niet raden wie nu precies het woord neemt. Jean en Jonathan spreken met exact hetzelfde accent.”
Jean reageert verrast: “Serieus?”
Jonathan: “Ja, er zijn veel mensen die mij dat al vertelden.”
Jean: “Dan ga je een grote worden.”
(Hilariteit bij beiden)
Voor het eerst geven ze samen een interview.
Jonathan: “Toen ik bij Anderlecht in de jeugd speelde, is zo’n dubbelinterview vaak aangevraagd, maar nooit aanvaard.”
Jean: “Dat paste toen niet. De directeur van de jeugd kan moeilijk over zijn eigen zoon spreken. En omgekeerd evenmin. Het voetbal – en ik zit er nu toch al twintig jaar in – is een vuil wereldje, hè. Ik zeg altijd: volg je je vader of moeder op als advocaat of dokter, dan word je bejubeld. Ben je de zoon van iemand die iets binnen het voetbal realiseert, dan ben je een privilégié.” (grijnst)
Jonathan: “In mijn eerste twee tot drie jaar heb ik weinig gespeeld bij Anderlecht.”
Jean: “Omdat je laat matuur was.”
Jonathan: “En effectief: eens ik minuten begon te maken, was het: ‘hij speelt omdat hij de zoon van is…’”
Jean: “Terwijl jullie ‘als kinderen van’ (Jonathan heeft ook nog een drie jaar oudere broer Yannick, red.) verplícht waren om de top te halen. Alles eronder was voortrekkerij.”
Als opleidingshoofd moest je ook jouw eigen zonen evalueren.
Jean: “Ja, tuurlijk. En ik ben niet te benauwd om toe te geven dat ik hen harder heb beoordeeld dan zou moeten. Met de recul zeg ik: ik had zo streng niet mogen zijn.”
Jonathan: “Op sommige momenten was het wel hard, ja.”
Jean: “Nog harder bij Yannick, want jou heb ik nooit getraind. Van die aanpak heb ik nu spijt. Ik legde – bij kinderen van 10 tot 11 jaar – de lat veel te hoog. Dat was een leerproces voor mij. Jeugdcoaches van nu moet ik dikwijls afremmen, omdat ze te snel vorderingen verwachten van kinderen.”
Hoe groot was het verschil tussen de papa thuis en die op het voetbalveld?
(Jean grinnikt)
Jonathan: “Enorm. (lacht) Hij heeft altijd een héél serieuze uitstraling. Er waren ploegmaats die mij vroegen: ‘lacht uw papa soms?’ Telkens hij naar onze match kwam kijken, was het een en al stress bij mijn ploeggenoten. Hij zette zich altijd apart – op zijn bergske – om met een analyserende blik te kijken wat er gebeurde. Ik vond dat best grappig, want ik kende papa natuurlijk ook van thuis, waar we net heel veel lachten.”
Maar ook jij passeerde dus af en toe op zijn bureau.
Jonathan: “Bijna dagelijks, omdat ik moest wachten tot hij gedaan had met werken. (lacht) Bij sommige van zijn gesprekken mocht ik blijven. Bij andere werd ik naar buiten gestuurd. En wat mijn persoonlijke evaluatie betreft: die kreeg ik na iedere wedstrijd. Een héél klein stukje was goed.”
Jonathan: “Bijna dagelijks, omdat ik moest wachten tot hij gedaan had met werken. (lacht) Bij sommige van zijn gesprekken mocht ik blijven. Bij andere werd ik naar buiten gestuurd. En wat mijn persoonlijke evaluatie betreft: die kreeg ik na iedere wedstrijd. Een héél klein stukje was goed.”
(Jean schiet in de lach)
Jonathan: “En zo’n boek – spreidt de armen – met wat beter kon. Pff, ik heb daar nog epistels van in mijn mailbox zitten.”
Jean: “Ik ook, hoor. Op een bepaald moment speelde hij in Nederland (bij Telstar en RKC Waalwijk, red.). Dan ging ik vrijdagavond kijken, maar omdat ik zaterdagochtend alweer op Anderlecht moest zijn, stelde ik vóór ik in de auto stapte een mail op met mijn bevindingen. Af en toe stuur ik nota’s van tien jaar geleden door en stel ik vast: de tijd vliegt.”
Zeg dat wel. Ondertussen zitten jullie hier als CEO Jeugd van Antwerp en manager sport van Lierse.
Jean: “Wat hij doet, heb ik nooit willen doen.”
Jonathan: “En omgekeerd.”
Jean: “Ik wilde met de jeugd werken. Ik was eerst trainer bij de U17 van Anderlecht en hield het aanbod om directeur te worden tegen. Pas later ben ik hierin gerold.”
De vraag om sportief directeur van een club te worden, moet in die twintig jaar toch eens gesteld geweest zijn?
Jean: “Neen, in Anderlecht wisten ze waar mijn ambities lagen. Ik heb heel lang met Herman Van Holsbeeck samengewerkt, die ik nog heb gekend als adjunct-trainer toen ik voor Racing Jet speelde. Herman wist dat ik een rol als de zijne niet ambieerde. En als mensen zich veilig voelen, is het prettig werken. Heel anders dan hoofdtrainers, die vaak schrik krijgen van hun eigen schaduw. Op Neerpede was hun bureau naast de mijne. In het seizoensbegin glipten ze wel drie keer per dag binnen, maar eens de resultaten tegenvielen, zag ik ze wegkwijnen. Ik heb ooit eens tegen Besnik (Hasi, red.) gezegd: ‘Als er iemand is waar je geen schrik van moet hebben, ben ik het.’”
Waarom zou jij niet kunnen wat je vader doet, Jonathan?
Jonathan: “Toen ik op mijn 24ste stopte met voetballen, vroeg ik mij af: wat ga ik doen met mijn leven? Ik ben gaan werken als verkoper bij een printbedrijf. Vervolgens verkocht ik boekhoudpakketten voor Exact. Dat was niet mijn ding, net als training geven. Papa zei altijd: ‘Het moet een passie zijn’, maar toen ik eens training ging geven op de academie van mijn broer – Total Foot Concept (TFC) – merkte ik dat mijn interesses elders lagen.”
“Bij de scouting bijvoorbeeld. Via Roy Pieters en Chris Van Puyvelde (TD bij de Marokkaanse voetbalbond, red.) mocht ik alle spelers met de dubbele Belgische/Marokkaanse nationaliteit in kaart brengen. Zo ben ik uiteindelijk doorgegroeid naar de eerste ploeg van Lierse. Een ploeg bouwen, talenten ontdekken, uitzoeken welke profielen in onze competitie passen, etc. Daar haal ik voldoening uit.”
Vissen jullie in dezelfde vijver van spelers?
Jean: “Niet als je over de A-ploeg spreekt. Misschien wel wat de Young Reds (de beloften van Antwerp, red.) betreft, omdat we met die ploeg net onder Lierse zitten en graag – in de nabije toekomst – nog een stapje naar boven willen zetten. Maar ’t is niet dat we voor mekaar dingen moeten verbergen.” (lacht)
Jonathan: “In het weekend spreken we vaak over spelers die we aan het werk zagen in de amateurreeksen. Ik weet nog dat Alexandre Stanic vorige zomer zowel op mijn radar stond als op die van hem. Toen heb ik meteen tegen de makelaar van Stanic gezegd: ‘Tegen Antwerp ga ik niet concurreren.’ Papa mocht ‘m hebben, maar hij is alweer weg (naar Charleroi, red.).” (lacht)
Voor het eerst sinds de doorstart in 2018 verkocht Lierse enkele spelers – zoals Sow, Mpanzu en Kireev – met een stevige meerwaarde. Da’s voor een groot stuk Jonathans verdienste.
Jean: “Daar doe ik mijn hoed voor af. Dit zorgt ervoor dat Lierse budgettaire stappen kan zetten. Het enige ambetante is – hij kan dat niet zeggen, maar ik wel – is dat die jongens iedere week op een akker spelen, net als de Young Reds. Da’s als een soldaat naar het front sturen, maar zonder hem een geweer mee te geven. Het veld van het Lisp is dramatisch.”
Op je dertigste de sportieve touwtjes van een Belgische profclub in handen hebben, is weinigen gegeven.
Jonathan: “Het feit dat ik zo vroeg gestopt ben met voetballen, speelt daarin mee. En de kans die ik bij Lierse kreeg, zou ik elders niet gekregen hebben. Toen Dirk Gyselinckx stopte, droeg hij mij naar voren als zijn opvolger. Ik wilde die uitdaging aangaan, op voorwaarde dat er een andere visie zou worden uitgestippeld.”
Welke?
Jonathan: “Voorheen koos Lierse vaak voor spelers met ervaring in eerste klasse, maar die al enkele jaren niet meer hadden gespeeld. Dat moesten we omdraaien, naar spelers scouten op een lager niveau. Ik vind ook dat eersteklassers te weinig naar 1B kijken. Bertaccini die van FC Luik naar STVV ging, of Vanrafelghem van Patro Eisden naar KV Mechelen, zijn mooie voorbeelden, maar vele anderen worden over het hoofd gezien. Thierno Barry – ex-Beveren – die afgelopen zomer voor 14 miljoen euro van Basel naar Villarreal trok, had áltijd bij een eersteklasser moeten zitten. Hetzelfde geldt voor onze spelmaker Kireev. Er is niemand in België die over hem sprak, dus ruilt hij Lierse binnenkort voor Willem II in Nederland.”
Zullen jullie ooit nog samenwerken?
Jean: “Als ‘Jon’ naar een topclub wil komen, dan wel. (lacht) In de voetbalwereld kan je niets uitsluiten, maar ik zie vandaag niet in hoe. Antwerp wordt sowieso mijn laatste club. Ik heb hier een contract tot 2029. Dan ben ik 65 jaar, en als onze ex-burgemeester (Bart De Wever, red.) niet te veel wijzigt aan het pensioenstelsel… Ook na mijn pensioen wil ik mij – puur uit liefde – ten dienste blijven stellen van het jeugdvoetbal, puur uit liefde. Dan kan dat hier zijn, of elders.”
“In zijn metier werk je vandaag in België en morgen evengoed in het buitenland. Laat hem maar zijn gang gaan. Hij wordt papa binnenkort. Ik zal me wel over mijn kleindochter ontfermen.” (lacht)
Wie was eigenlijk de beste voetballer ten huize Kindermans?
Jean: “Mocht je een compilatie samenstellen van de doelpunten die ‘Jon’ in Nederland maakte, dan zeg ik: puree, hij is veel te vroeg gestopt.”
Jonathan: “Ik speelde bijna twee seizoenen met cortisonespuiten. Mijn kraakbeen in mijn enkels was helemaal kapot. Bovendien heb ik altijd van het spelletje genoten, tót ik prof werd. Vanaf dan vond ik het niet meer leuk.”
Jean: “Ik kan begrijpen wat hij zegt. Die vestiaire zit helemaal anders in elkaar. Werken met profs is een beetje ondankbaar.”
Jonathan: “Ik hoor veel ex-spelers in interviews en podcasts zeggen: ‘Er is niets mooiers dan zelf op het veld staan.’ Ik deel die mening totáál niet.”
Jean: “Ik ook niet. Ik ben mijn carrière gestopt omdat ik blessures had waar ik niet van genas. Zeven keer ging ik onder het mes. Op een bepaald moment zeg je: het is genoeg geweest.”
En dan nu een antwoord op de vraag…
Jonathan: “Mijn ‘mindere’ voet was beter dan de jouwe.”
Jean: “Juist, omdat in mijn periode niet op billateraliteit werd getraind. (Counterend) Ik heb ooit een punt gekregen in de Gouden Schoen. Hij niet.”
Jonathan: (Bevestigend) “Hij heeft ook in eerste klasse gespeeld. Ik niet.”
Jean: “Ik bracht Lierse óp het veld naar eerste in 1989. Jon gaat dat náást het veld realiseren. En laat ons dan afsluiten met te zeggen dat we dicht tegen elkaar aanleunden, maar dat ik de beste was.”
Jonathan: “Ik wíst dat hij dit zou zeggen. Het heeft nog lang geduurd.” (lacht)
Diederik Geypen Gazet Van Antwerpen
Wij komen áltijd terug!
- Justhomuch
- Posts: 3334
- Joined: Sun Mar 31, 2019 2:45 pm
Re: Clubnieuws
Positief advies auditoraat-generaal voor de licenties (licentiemanager) van de KBVB 
De licentiemanager van de KBVB heeft Lierse een positief advies gegeven voor de licentie 1A en 1B. De licentie garandeert dat onze club aan alle voorwaarden voldoet voor het Belgisch betaald profvoetbal. Voor een definitieve beslissing is het wachten tot de licentiecommissie dit advies bekrachtigt.
Dit positieve advies is een mooie erkenning voor de ganse geel-zwarte familie. We willen dan ook alle supporters, bestuur, medewerkers, jeugdspelers, trainers, partners en vrijwilligers bedanken voor al het harde werk voor en achter de schermen. Laat dit positief advies een laatste stimulans zijn om onze spelers naar voren te schreeuwen in de laatste rechte lijn van de competitie!
Klinkt overal weldra, het lied van LSK


De licentiemanager van de KBVB heeft Lierse een positief advies gegeven voor de licentie 1A en 1B. De licentie garandeert dat onze club aan alle voorwaarden voldoet voor het Belgisch betaald profvoetbal. Voor een definitieve beslissing is het wachten tot de licentiecommissie dit advies bekrachtigt.
Dit positieve advies is een mooie erkenning voor de ganse geel-zwarte familie. We willen dan ook alle supporters, bestuur, medewerkers, jeugdspelers, trainers, partners en vrijwilligers bedanken voor al het harde werk voor en achter de schermen. Laat dit positief advies een laatste stimulans zijn om onze spelers naar voren te schreeuwen in de laatste rechte lijn van de competitie!
Klinkt overal weldra, het lied van LSK


Wij komen áltijd terug!
Re: Clubnieuws
Trots op het beleid van de club als ik de analyses van de jaarrekeningen lees. Heb het idee dat we de komende jaren nog wel wat faillissementen gaan zien.
- Justhomuch
- Posts: 3334
- Joined: Sun Mar 31, 2019 2:45 pm
Re: Clubnieuws
Toch straf dat als er iets positief te melden valt dat het hier heel stillekes is, voor sommige zal het nooit goed zijn denk ik dan maar.
Ik zag ook net dat ze bezig zijn met het dak van de uitsupporters, zou er kunnen opliggen tegen zaterdag.
Ik zag ook net dat ze bezig zijn met het dak van de uitsupporters, zou er kunnen opliggen tegen zaterdag.
Wij komen áltijd terug!
-
- Posts: 134
- Joined: Tue Sep 03, 2019 12:46 pm
Re: Clubnieuws
Niet polariseren Justomuch, want dat ben je nu wel aan het doen....Justhomuch wrote: ↑Thu Mar 27, 2025 8:09 amToch straf dat als er iets positief te melden valt dat het hier heel stillekes is, voor sommige zal het nooit goed zijn denk ik dan maar.
Ik zag ook net dat ze bezig zijn met het dak van de uitsupporters, zou er kunnen opliggen tegen zaterdag.
- Justhomuch
- Posts: 3334
- Joined: Sun Mar 31, 2019 2:45 pm
Re: Clubnieuws
Als je de bagger op facebook soms leest ben ik nog heel mildTamas Krivitz wrote: ↑Thu Mar 27, 2025 2:23 pmNiet polariseren Justomuch, want dat ben je nu wel aan het doen....Justhomuch wrote: ↑Thu Mar 27, 2025 8:09 amToch straf dat als er iets positief te melden valt dat het hier heel stillekes is, voor sommige zal het nooit goed zijn denk ik dan maar.
Ik zag ook net dat ze bezig zijn met het dak van de uitsupporters, zou er kunnen opliggen tegen zaterdag.
Wij komen áltijd terug!
Re: Clubnieuws
Nieuwe Investeerder bekent:
One touch Football AG een Duitse investeringsgroep uit München (vlgs mij niet verbonden met Bayern München).
Verder niet veel over bekent artikel in GVA (betalend).
Staat ook op de website. Het gaat om een minderheidsaandeelhouder van 5%.
One touch Football AG een Duitse investeringsgroep uit München (vlgs mij niet verbonden met Bayern München).
Verder niet veel over bekent artikel in GVA (betalend).
Staat ook op de website. Het gaat om een minderheidsaandeelhouder van 5%.